Projectgroep Lucky Wheels

Projectgroep Lucky Wheels

Welkom op de website van Projectgroep Lucky Wheels

Projectgroep Lucky Wheels is een succesvol project voor scholen, bedrijven en verenigingen en erg praktisch en leerzaam voor jongeren.
Het doel is om de beeldvorming rondom mensen die anders zijn, door bijvoorbeeld een handicap, geloof, huidskleur, dik, dun of afkomst, zodanig te wijzigen dat zij als volwaardige burgers, zonder gediscrimineerd te worden, aan onze samenleving kunnen deelnemen. Er zijn nog altijd vooroordelen over 'andere' mensen. Door dit project proberen we te laten zien en te ervaren wat er kan gebeuren in je leven als je bijvoorbeeld gehandicapt raakt en wat dit voor consequenties kan hebben.

Tijdens het praktijkgedeelte wordt er gebruik gemaakt van aangepast sporten en beginnen we met verschillende oefeningen om te laten zien hoe het is om een visuele beperking te hebben.


Hierna laten we ervaren hoe het is om te leven en te sporten in een rolstoel door middel van oefeningen in verschillende spel- en trainingsvormen welke in overleg kunnen worden samengesteld.


Na het theorie en praktijkgedeelte wordt er gezamenlijk geëvalueerd en is de conclusie dat een beetje anders zijn ook gewoon is.





Kijk ook eens op de pagina "Wat doen wij voor de ander" voor nog andere activiteiten.





 



Wie ben ik - Even voorstellen




Ik ben Luuk Wissema. Ik doe dit project al vanaf 1991 met erg veel plezier.
Het heeft mij veel gebracht zoals eigenwaarde en respect voor mijzelf, dat was ik kwijt sinds 26 februari 1985, de dag dat ik gehandicapt raakte.
Ik vond mijn eigenwaarde en respect uiteindelijk terug door mensen die van je houden en die je nodig hebben. Die mensen lieten mij zien dat het leven de moeite waard is.
Door sport leerde ik zien wat ik allemaal wel kan en dat ik graag aan iedereen wil overbrengen.
Ik leerde dat ik maar een klein beetje anders ben.




 



Wie ben ik - Mijn verhaal


Het is al weer heel wat jaren terug toen ik zomaar van het ene op het andere moment gehandicapt raakte. Het sloeg in als een bom, mijn hele leven stond op zijn kop en niet alleen voor mij maar ook voor mijn gezin. En dan druk ik me nog zachtjes uit.

Ik was er nog nooit mee bezig geweest. Ik een handicap krijgen? Dat geloofde ik niet. Maar het gebeurde zomaar van de ene op de andere dag. De eerste momenten was het erg onwerkelijk, het leek wel op een film waarin je zelf de hoofdrol speelt. Maar je komt er langzaam achter dat het werkelijkheid is.

De datum staat me nog heel goed bij. Het was 26 februari 1984, de verjaardag van onze zoon. Hij werd die dag 1 jaar. En dat is dan een datum om niet meer te vergeten.

Wat was er gebeurd? Eigenlijk heel veel en kort op elkaar. Het voelde als een griep maar dat was het niet. Het was een hersenbloeding dacht mijn arts. Ik kreeg een aantal onderzoeken, waaronder een ruggenmergpunctie, waarbij vocht uit mijn ruggenmerg gehaald werd. Ze hadden verteld dat het eigenlijk een onderzoek van niets was, maar ik maakte me nog al zorgen want ik had gehoord dat het nog wel eens fout kon gaan. Maar ze verzekerden me, dat gebeurde eens op het miljoen, dus ik stemde er mee in. Had ik dat maar nooit gedaan.

Want het ging fout, heel erg fout. Ze raakten een aantal zenuwbanen, met als gevolg een verlamming aan beide benen. En tot overmaat van ramp begon het ook nog te ontsteken. Er waren nog meer complicaties en ik zag het eigenlijk niet meer zitten.

Ik had het gevoel dat ik nooit een goede vader zou zijn. Mijn vrouw was zwanger van ons tweede kindje. Ik wist niet hoe ik voor mijn gezin moest gaan zorgen en of ik goede man voor mijn vrouw zou kunnen zijn. Ik zou niet eens kwaad zijn geweest als ze een ander had genomen. Het ging heel slecht met me en ik overwoog zelfs om zelfmoord te plegen. Een psycholoog en een sociaalwerker konden dat niet veranderen, ik bleef erg depressief.

De hulp kwam uit een heel andere hoek. Toen ik 's nachts weer eens niet kon slapen, kwam er een verpleegster een praatje met me maken. Ze vertelde me dat ze een rotdienst had, want er was een jongen van net 20 jaar overleden. Hij was aangereden door een dronken kerel. Ze zei tegen mij: "die jongen had geen keus, maar jij wel".
Ze vertelde me dat ik wel degelijk belangrijk was voor de mensen om me heen. En zeker voor mijn gezin, die hadden me nu nodig, meer dan ooit. Ze zei tegen mij: "mijn vader is ook gehandicapt en hij is een van de belangrijkste personen in mijn leven geworden en daar heeft zijn handicap niets mee te maken. Ik weet zeker dat jij ook heel belangrijk bent voor je gezin."
Ze vroeg of mijn vrouw ook mensen had om mee te praten zoals ik in het ziekenhuis. Ze zei: "heb je wel in de gaten dat zij ook gehandicapt geraakt is, want voor haar verandert er net zo veel als voor jou. En misschien nog wel meer want vanaf nu heeft zij een man met een beperking."

Voordat ze de kamer uitging zei ze: "He, Luuk! Als je de moed hebt om zelfmoord te plegen dan heb je misschien ook de moed om door te leven. Het is alle twee niet gemakkelijk. Doe dan wat het beste is voor jou en je gezin."

De rest van de nacht lag ik wakker en dacht aan wat ze verteld had. De andere dag kwam mijn vrouw en ik vroeg aan haar: "heb jij wel mensen om mee te praten". En ze moest bekennen dat dat eigenlijk tegenviel. Ja, onze ouders, maar bijna alle vrienden om ons heen hadden het ineens hartstikke druk met hun eigen probleempjes. Mijn vrouw zei: "ik heb je nodig."

Later die middag kwam ze weer met ons zoontje Mark en die deed zijn kleine armpjes om me heen en zei: "paps ik hou van jou". Toen wist ik het zeker, ik had nog even geen tijd om zelfmoord te plegen, want er waren mensen die mij nodig hadden.

Vanaf dat moment ging het beter met me en ik voelde me een stuk waardevoller.

Na in verschillende ziekenhuizen te hebben gelegen, moest ik revalideren. In een korte tijd moest ik mezelf een hoop dingen weer aanleren, bijvoorbeeld rolstoel rijden, aan- en uitkleden, zelf naar de wc gaan, douchen en huishoudelijke taken. Fysiotherapie ging me goed af en ik maakte al snel vorderingen.

Ik kreeg ook te maken met sporten. Eerst moest ik daarom lachen, mensen met een handicap sporten toch niet? Maar zij vertelden mij dat er heel veel sporten waren voor mensen met beperking.

Ik moest maar gaan zwemmen, want dat was een goede therapie. Maar ik voelde er niets voor om te gaan sporten en ik zei nee. Het liep zo hoog op dat mijn revalidatiearts mij niet meer wilde behandelen. Wat hem betrof, mocht ik naar huis. Hij vond mij zielig en hij vond dat ik alleen aan mijzelf dacht. Hij gaf me nog één kans: "Morgen in het zwembad of vertrekken". Maar die mensen heb je nodig, ze helpen je niet alleen aan een goede rolstoel, maar ook bij het vinden van een aangepaste woning moesten ze bij helpen. Dus ik moest wel naar het zwembad. Ik begon met een paar minuten zwemmen, maar al gauw vond ik het heerlijk in het warme water, die paar minuten werden al gauw een kwartier en dat kwartier werd al gauw een half uur en dat half uur werd zo maar een uur.
Ze moesten zelfs tegen mij zeggen, wordt het niet een keer tijd om er uit te komen. Ik leerde me zelf zwemmen en dat ging toch goed nadat ik een half jaar in therapie was. Ze vroegen aan mij: "wil je meedoen met een wedstrijdje hier in het centrum?" En ik vond het goed. Ik deed mee en tot mijn eigen verbazing won ik, met mijn dwarslaesie, zelfs van mensen die gewoon konden lopen. Dat gaf mij een goed gevoel. Zou ik iets hebben waar ik ook goed in ben na mijn revalidatietijd? Zo kwam ik thuis.

Toen kreeg ik de tweede grote klap. Ik realiseerde me dat ik vanaf dat moment niet veel beter zou worden wat mijn handicap betreft. Ik moest er maar mee leren leven. Mijn revalidatiearts zei dat hij niet veel meer kon doen voor me. Ik moest het zelf doen en op mijn eigen manier. In die tijd had ik een aangepaste woning gekregen, twee huizen naast elkaar in een gewone wijk. Ik voelde mij meteen thuis. Een grote tuin waar ik lekker in kon rommelen.

Ik zocht eigenlijk nog meer afleiding en werd lid van een zwemclub. Ik begon te trainen. Eerst een half uurtje per dag, het ging me vrij goed af. Ik merkte aan mezelf dat ik meer conditie kreeg. Meer kracht in mijn armen. Dat betekende dat ik mezelf steeds beter kon redden. Ik kon mezelf uit het water tillen met mijn armen, wat ik voor die tijd met een lift moest doen. En ook van rolstoel naar douchestoel of toilet. Ik had geen hulp meer nodig. Ik veranderde al een heel klein beetje. Na een aantal maanden getraind te hebben kwam mijn trainer vragen of ik zin had om aan een wedstrijd mee te doen. Het leek me hartstikke leuk. Hij zou me dan wel inschrijven voor een aantal afstanden. De andere dag kwam hij bij me en zei: "Ik heb je op 7 afstanden ingeschreven". Ik was eigenlijk verbaasd, want 7 afstanden vond ik best wel veel. Maar hij zei dat sommige afstanden achter elkaar waren. Dan hoef je niet zo vaak het water in en uit. Dat scheelt je kracht. Ik zou het allemaal nog wel zien. Voor mezelf had ik bedacht dat ik al tevreden zou zijn als ik op 1 van de 7 afstanden op het podium kwam, want dan had ik mijn eerste medaille binnen. Ik deed mee en wat gebeurde er? Op alle 7 afstanden zat ik bij de eerste 3. Mijn coach verbaasd, ik verbaasd en zeker meerdere mensen.

Iemand van de pers, en een paar andere mensen, kwamen naar me toe om me te feliciteren. Er kwam ook een man naar me toe, die stelde zichzelf voor als bondstrainer van de Nederlandse zwemselectie. Hij vroeg me of ik het leuk zou vinden om in de selectie te komen. Natuurlijk zei ik JA. Vanaf dat moment ben ik nog meer gaan trainen en meer gaan geloven in mezelf. Ik kocht in die tijd een marathon stoel, waar ik grote afstanden mee aflegde. Goed voor je conditie zeiden ze. Ik begon ook meer te zwemmen. Als het kon zelfs bijna 2 uur per dag. Ik mocht weer meedoen met een wedstrijd. Die wedstrijd werd bepalend voor mijn verdere leven. Ik werd Nederlands Kampioen op 2 afstanden. Je wilt niet weten wat dat met mij gedaan heeft. Ik kreeg mijn eigenwaarde weer terug. Ik ging naar de dingen kijken die ik wel kon in de plaats van naar de dingen die ik niet kon. Ik dacht: als ik goed kan zwemmen dan heb ik ook vast andere dingen die ik kan. Ik begon daarom van alles uit te proberen. Sommige dingen braken bij mijn handen af. Ik bedoel dat het me gewoon niet lukte. Maar ondanks dat waren er ook een heleboel dingen die me wel lukten. Bij voorbeeld knutselen in en om het huis. Ik begon met wat kleine dingetjes zoals een poppenhuisje. 4 maanden later groef ik mijn eigen vijver in de tuin. Ook ging ik zwemles geven bij een reddingsbrigade en werd instructeur bij een duikclub. En zo begon ik steeds meer te ondernemen. Ik ga ook beurzen af met een aangepaste motorfiets. Dat zelfs mensen met een dwarslaesie kunnen motorrijden. Een goed gevoel! Ik help mensen een opleiding te geven over hoe ze om moeten gaan met mensen met een beperking. Eigenlijk te veel om in dit verhaal op te noemen. Nadat ik Nederlands Kampioen was geworden heb ik nog heel veel dingen gedaan. Ik ben heel langzaam gegroeid naar wie ik nu ben. Ik ben niet meer dat zielige mannetje dat ik zelf altijd dacht dat ik was. Ik vertel het nog maar een keer. Ik kijk naar de dingen die ik wel kan en niet naar de dingen die ik niet kan. Ik ben een beetje anders, misschien is dat het goede woord. Dat is toch eigenlijk iedereen.

Het is de wereld om mij heen die misschien een probleem heeft met mijn handicap, de vooroordelen. Hoe je gediscrimineerd wordt. Ik noem het maar positieve discriminatie. Als je ziet hoe de mensen op je reageren. Bijvoorbeeld: Ik ga met mijn vrouw een bakje koffie drinken in een restaurant, dan is al gauw de vraag. "Wat wilt u drinken?" Dat vragen ze dan aan mijn vrouw, maar ze vragen ook aan haar wat ik wil drinken. En of ze er dan suiker of melk in moeten doen. Dan komt het betalen. Ik betaal en wie krijgt het wisselgeld terug.......mijn vrouw.

Nog niet eens zolang geleden deed ik boodschappen met mijn vrouw bij de slager. We waren klaar. Mijn vrouw ruimt de boodschappen op, stopt het in de rugzak achterop mijn rolstoel. De slager stoorde zich er schijnbaar aan dat ik die boodschappen mee moest nemen. Uit medelijden vroeg hij aan mijn vrouw en wijzend op mij: "Mag hij wel een plakje worst?" Mijn vrouw was helemaal verbaasd en kon eigenlijk niks zeggen. Ik wist dat ik wat terug moest doen. Ik liet dit niet zomaar over mijn kant gaan. En ja, wat doe je dan. Ik moest wat bedenken. Het enige wat ik kon doen was tegen hem zeggen: Ik lust wel een plakkie. Hij was verbaasd. Die man in die rolstoel kan praten en hij sneed een plakje voor me af. Ik was nog niet klaar met hem, want ondertussen had ik mijn plan al klaar. Hij gaf me het plakje worst, maar ik nam het niet aan. Dat plakje was ongeveer een centimeter dik. Dus ik zei tegen hem: "He, je vraagt aan een volwassen persoon of die een plakje worst wil, dus dan wil ik ook een volwassen plak worst en niet zo'n lullig stukkie." Je weet niet half hoe zo'n uitwerking dat had. Hij kreeg een grote, rode kop en begreep meteen de boodschap. Hij sneed een groot stuk voor me af en gaf dat aan me. Ik bleef ermee in de handen zitten. Hij vroeg: Wat is er? Ik zei tegen hem: En de rest dan? Je hebt toch al een groot stuk zei hij. Dat bedoel ik niet, zei ik tegen hem. Ik bedoel de mensen die hier staan (een man of 12) die lusten ook wel zo'n stuk. Ik keerde me om en vroeg aan die mensen: Of niet dan? Iedereen knikte. Dat kostte die man heel wat worst. Ik vertrok uit een rumoerige slagerij. De andere dag dat ik weer langs die slagerij kwam riep hij mij binnen en bood zijn excuses aan. Ik kreeg een eigen gemaakte rookworst mee naar huis.

Zo gaan de mensen vaak met je om. Ze hebben vooroordelen, maar eigenlijk ben ik maar een heel klein beetje anders.
Daarom ga ik nu langs scholen om te vertellen hoe het eigenlijk echt is om anders te zijn. Of eigenlijk te vertellen dat iedereen anders is. Ik vertel een verhaal van een uur, mijn levensverhaal. Na dat uur ga ik lekker met ze sporten. Eerst laten we zien hoe het is om een visuele handicap te hebben (blind zijn, slechtziend). Daarna in de rolstoelen, waar ik er 12 van bij me heb.

Volgens mij heb ik nu een zinvol bestaan. Ik heb het geluk dat ik een fijn gezin heb waar ik veel van hou. Als je mij nu zou vragen: Luuk, wat vind je er van? Dan zeg ik: Ik ben blij dat ik ZO ben. Niet omdat ik ZO ben, maar omdat ik nog ZO ben. Waar gaat het eigenlijk om? RESPEKT voor je zelf en voor een ander. Ik ben een heel klein beetje anders. Het zal je maar gebeuren dat je anders behandeld wordt om dat je anders bent.
Iedereen is toch een klein beetje anders? Een ander geloof of dik of dun, huidskleur, het land waar je vandaan komt, je geaardheid, man of vrouw, cultuur, een handicap. Vooroordelen genoeg, hoeveel voorbeelden zijn er wel.
Ik denk dat je iedereen moet behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden.

Het gaat maar om één ding, RESPECT voor jezelf en voor een ander.

Luuk Wissema

 



Wie ben ik - Geschiedenis Projectgroep Lucky Wheels



Ruim 30 jaar geleden ben ik, Luuk Wissema, samen met Sportservice Flevoland, als één van de eersten in Nederland begonnen om een project, genaamd "klas op wielen", te doen.

Tegenwoordig heeft het project de naam "Projectgroep Lucky Wheels".

Het oorspronkelijke doel van dit project was het verstrekken van informatie over het leven en sporten met een beperking.
In de afgelopen 30 jaar is het project gegroeid en heeft het veel meer inhoud gekregen.

Het kernwoord van het huidige doel van het project is "RESPECT".

Inmiddels bezoeken we alleen in het (basis-) onderwijs al zo'n 5500 jongeren per jaar.







 



Contact met Projectgroep Lucky Wheels


Wilt u Luuk Wissema uitnodigen om het project Lucky Wheels op uw school, bedrijf of vereniging te ontvangen? U kunt contact opnemen via telefoon, e-mail of per post.

Telefoon:
0527-852258

Email:
luuk@projectgroepluckywheels.nl

Adres:
Meteorenstraat 70
8303BB EMMELOORD



Ook voor het ondersteunen van ons doel "Wat doen wij voor de ander" door de aanschaf van voorwerpen door Luuk gemaakt, kunt u contact opnemen met Luuk via bovenstaande gegevens.

Wilt u voor deze website foto's of reacties sturen, dan kan dat naar de websitebeheerder Bert email naar: contact@bckvv.nl

2018 All Rights Reserved | by: www.bckvv.nl